De Big Five en MBTI zijn de twee bekendste persoonlijkheidstests, maar ze verschillen fundamenteel in wetenschappelijke onderbouwing. Kort gezegd: MBTI is populair en toegankelijk, de Big Five is de wetenschappelijke standaard. Hier lees je waarom — en wanneer je welke gebruikt.
MBTI (Myers-Briggs Type Indicator) deelt mensen in op vier tegenpolen — zoals introvert/extravert en denken/voelen — wat zestien persoonlijkheidstypes oplevert (bijvoorbeeld "INTJ"). Het model is in de jaren '40 ontwikkeld op basis van de theorieën van Carl Jung.
De Big Five meet persoonlijkheid op vijf doorlopende schalen: openheid, consciëntieusheid, extraversie, aangenaamheid en emotionele stabiliteit. Geen hokjes, maar scores op een spectrum — zoals persoonlijkheid in werkelijkheid ook verdeeld is.
Nee. MBTI is toegankelijk, de typetaal is herkenbaar en het kan een prima aanleiding zijn voor een teamgesprek over werkstijlen. Maar voor beslissingen die ertoe doen — loopbaankeuzes, selectie, ontwikkeling — wil je een instrument dat meet in plaats van typeert. Lees ook waaraan je een professionele persoonlijkheidstest herkent.
Voor zelfinzicht met wetenschappelijke basis: een Big Five-test. Doe de gratis Big Five persoonlijkheidstest van Flexprof — je krijgt direct je scores op alle vijf dimensies. Meer weten? Lees alles over de Big Five persoonlijkheidstest.